Er valt wat te kiezen: solidariteit of transparantie

Pensioenakkoord: de duivel zit in de details

De grote lijnen van het nieuwe pensioenstelsel zijn duidelijk. Maar zoals vaak schuilt de duivel in de details. De komende periode liggen er tal van belangrijke ‘details’ op de bestuurstafel. Om bestuurders te helpen bij het maken van de juiste keuzes publiceren we een serie blogs waarin onze specialisten verschillende onderwerpen uitlichten. Petra Silven-Keijzer, senior klantmanager actuariaat bij Blue Sky Group, belicht details rond de keuze tussen de twee pensioencontracten.

Sociale partners moeten in de transitie naar het nieuwe pensioencontract een onderbouwde keuze maken uit twee mogelijkheden. Ze kunnen kiezen voor het ‘nieuwe contract’ of voor de ‘verbeterde premieregeling’. Het conceptbesluit hierover moeten ze vóór 1 juli 2023 nemen. Het zal per fonds verschillen welke argumenten en factoren uiteindelijk de doorslag geven voor een contractvorm. Veel zaken zijn nog niet in detail uitgewerkt. Dit mag sociale partners en bestuurders er echter niet van weerhouden zich tijdig en goed te verdiepen in de twee contractvormen.

In beide contractvormen is straks sprake van individuele kapitalen met leeftijdsafhankelijke rendementstoedeling. De verbeterde premieregeling deelt rendementen toe op basis van de verschillende beleggingsmixen die passen bij de risicohouding van een leeftijdscohort. In het nieuwe contract gebeurt dat op basis van vooraf vastgelegde verdeelregels die passen bij de risicohouding van de verschillende deelnemersgroepen.  

Petra Silven

Petra Silven

Senior Klantmanager Actuariaat

De verbeterde premieregeling belegt bottom-up

In de verbeterde premieregeling is sprake van bottom-up collectief beleggen. Afhankelijk van de risicohouding en leeftijd van de deelnemers wordt een lifecycle beleggingsmix gekozen. Deze mixen tellen op tot een collectief te beleggen vermogen. Op basis van de gekozen lifecycle mix worden de rendementen toebedeeld. Deze premieregeling biedt partijen de mogelijkheid om deelnemers keuzevrijheid voor verschillende beleggingsmixen aan te bieden.Net als in de huidige verbeterde premieregeling blijft het mogelijk om te kiezen voor een collectieve uitkeringsfase en rendementen collectief toe te delen.

Daarnaast houden deelnemers de keuze voor een vaste of een variabele uitkering. Sociale partners kunnen makkelijker dan nu gaan bepalen dat een variabele uitkering de default-optie voor alle deelnemers wordt.

In de huidige verbeterde premieregeling is deze keuze er ook, maar hierbij gelden enkele beperkende voorwaarden. Deze voorwaarden worden straks aangepast, waardoor sociale partners écht een afgewogen keuze kunnen maken om de variabele uitkering als default aan te bieden, als dat beter past bij de risicohouding van de deelnemers. Aanbieden van keuzevrijheid verplicht het fonds wel tot zorgplicht en begeleiding bij het maken van beleggingskeuzes. De aanwezigheid van het shoprecht in deze regeling kan nadelig uitpakken voor het pensioenfonds vanwege het risico op uitstroom van pensioenvermogen op de pensioendatum.

Het nieuwe contract belegt top-down

In het nieuwe contract is sprake van top-down beleggen. De collectieve beleggingsmix sluit op hoofdlijnen aan bij de gezamenlijke risicohouding van alle deelnemers. Het fondsrendement wordt verdeeld over alle vermogens volgens vooraf vastgestelde verdeelregels. Die regels moeten aansluiten bij de risicohouding van de verschillende deelnemersgroepen. Uitgangspunt is dat de deelnemersgroepen worden beschermd tegen renteschokken.

Het renterisico wordt in beginsel niet gedeeld tussen jonge en oude leeftijdsgroepen. Het hiervoor benodigde beschermingsrendement gaat af van het behaalde collectieve rendement. Het idee hierachter is dat het resterende rendement zodanig wordt verdeeld dat aanpassing van het verwacht pensioen voor iedereen vergelijkbaar is. Hier komt de zogenoemde leenrestrictie om de hoek kijken. Bij het vaststellen van het verwacht pensioen telt ook de verwachte premie-inleg mee. Dit levert naar verwachting welvaartwinst op. Partijen kunnen besluiten om geen leenrestrictie te hanteren.

Wat is wijsheid?

Het nieuwe pensioencontract biedt meer ruimte voor vormgeving van het beleggingsbeleid en er is in theorie meer welvaartswinst te behalen met opheffing van de leenrestrictie. Dit vanwege de impliciete toedeling van beleggingsrendementen. Wel is dit contract zeer complex vanwege de toedelingsregels. Ook is er geen (eigen) keuze voor een beleggingsmix, waardoor het nieuwe pensioencontract als minder transparant dan de verbeterde premieregeling kan worden ervaren.

Verder speelt in het nieuwe contract de collectieve solidariteitsreserve een rol. Dit begrensde vermogen deelt risico’s voor huidige en toekomstige generaties. Dit levert meer solidariteit en intergenerationele risicodeling op. Wel kan er meer discussie ontstaan over de vul- en onttrekkingsregels, omdat een deel van het ingelegd pensioenvermogen niet individueel wordt toebedeeld.

In tegenstelling tot bedrijfstak- en beroepspensioenfondsen is het voor ondernemingspensioenfondsen vooralsnog niet mogelijk om binnen de verbeterde premieregeling een solidariteitsreserve te vormen. Het zou goed zijn als ondernemingsfondsen ook deze keuze krijgen. In het pensioenakkoord is nog niet alles in detail uitgewerkt, dus openstaande wensen kunnen nog in het wetgevingstraject worden meegenomen. De duivel blijft in de details schuilen.

Achtergrond: de hoofdlijnennotitie

Op 22 juni verscheen de hoofdlijnennotitie met een verdere uitwerking én een aanpassing van het eerdere pensioenakkoord. Lees hier onze samenvatting van de belangrijkste onderwerpen in deze notitie.