'Vraag deelnemer vroeg in het traject naar voorkeuren'

In de transitie naar het nieuwe pensioenstelsel moeten sociale partners, pensioenbestuur en uitvoeringsorganisaties niet direct in de besluitvormingsmodus schieten. Besteed eerst aandacht aan de beeldvormingsfase en betrek deelnemers hier actief bij. Zo voorkom je dat je in de besluitvormingsfase en bij de implementatie in tijdnood komt. Daarvoor pleitte Josje Wijckmans, programmaleider pensioenakkoord bij Blue Sky Group, tijdens het online Pensioen Pro jaarcongres op 9 december. 

Volgens Wijckmans is de peiling van de risicohouding van de deelnemers bij uitstek een moment om ook te vragen naar andere voorkeuren die van belang zijn voor de keuzes die sociale partners moeten maken. ‘Het is bijvoorbeeld goed om te weten of deelnemers behoefte hebben aan meer keuzemogelijkheden of juist een eenvoudige regeling willen.’

De voorkeuren van de deelnemers zijn voor de sociale partners van belang als ze gaan kiezen tussen de vier mogelijke varianten: het nieuwe contract met of zonder invaren en de verbeterde premieregeling met of zonder invaren. ‘Hierover kunnen sociale partners, pensioenbestuur en uitvoeringsorganisaties al met elkaar in gesprek gaan’, aldus Wijckmans.

Wijckmans pleit voor het gebruik van het BOB-model (beeldvorming, oordeelsvorming, besluitvorming). ‘Partijen moeten in eerste instantie van elkaar weten welke beelden ze hebben bij zaken als het nieuwe contract en al dan niet invaren.’

Ze waarschuwt daarbij dat niet invaren grote gevolgen heeft voor de uitvoering. ‘In zekere zin verdubbelt de uitvoering omdat je twee systemen in de lucht moet houden. Bovendien moet je in de communicatie met de deelnemer de informatie uit beide systemen bundelen om deelnemers inzicht te geven in hun pensioensituatie.’

‘Het hele besluitvormingsproces vergt veel tijd’, stelt Wijckmans. Desalniettemin verwacht ze dat de eerste klanten van Blue Sky Group al in de loop van 2023 over kunnen naar het nieuwe contract of de verbeterde premieregeling. ‘Ondernemingspensioenfonds zullen deze stap doorgaans sneller kunnen zetten dan bedrijfstakpensioenfondsen. De reden is dat ondernemingspensioenfondsen hoogstens te maken hebben met een paar werkgevers en bedrijfstakfondsen met veel meer werkgevers', aldus Wijckmans.

‘Referendum heeft geen toegevoegde waarde’

Volgens Wijckmans heeft een referendum over de keuzes van sociale partners, zoals gesuggereerd door PvdA-Kamerlid Gijs van Dijk, geen toegevoegde waarde. Voorwaarde is wel dat deelnemers al in een vroeg stadium zijn geïnformeerd over die keuzes en dat rekening is gehouden met hun voorkeuren. ‘Als het fonds komt met een regeling waar deelnemers blij van worden, is een referendum niet meer nodig.’Een ander probleem van een referendum is dat een negatieve uitslag fondsen in lastig parket brengt. ‘Het is dan bijvoorbeeld de vraag of je nog tijd hebt om het hele traject weer opnieuw te doen’, aldus Wijckmans. ‘Dat kun je voorkomen door tijdig de mening van de deelnemers uit te vragen en mee te nemen in de besluitvorming.’

Wijckmans verwacht niet dat gedetailleerde wetgeving over evenwichtigheid sociale partners en fondsbestuurders veel werk uit handen kan nemen. ‘De vraag is of de wetgever dat kan bepalen voor alle fondsen omdat de verschillen tussen fondsen groot zijn. Ik geloof meer in hoofdlijnen waarbinnen sociale partners en fondsen hun eigen afwegingen kunnen maken.’