Hoofdlijnennotitie pensioenakkoord

Leeftijdsonafhankelijke premie

De leeftijdsonafhankelijke premie wordt het nieuwe uitgangspunt; de doorsneepremie wordt hiermee afgeschaft.

leeftijdsafhankelijke premie

Een nieuw fiscaal kader

  • Alle pensioencontracten worden begrensd op de premie.
  • Ambitie van 75% van het gemiddelde loon in 40 opbouwjaren (80% in 42 jaar).
  • Ambitie wordt onder meer bepaald aan de hand van het verwacht rendement.
  • De fiscale premiegrens ligt bij aanvang binnen een bandbreedte van 30% tot maximaal 33% van het pensioengevend salaris. Momenteel wordt deze bij een verwacht rendement van 1,5% berekend op 33%.
  • De premie die bij aanvang wordt bepaald, geldt in beginsel voor een periode van 10 jaar (2026-2036), tenzij zich een ‘schok’ voordoet van meer dan 5%.
  • De maximale premie wordt één maal in de vijf jaar herijkt, waarbij een aanpassing drie jaar van tevoren wordt gecommuniceerd.
  • Naast de vaste premie (33%) is er extra fiscale ruimte voor uitvoeringskosten, risicopremies partnerpensioen, wezenpensioen, arbeidsongeschiktheidspensioen en premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid.
  • Voor de duur van 10 jaar is er extra premieruimte ter hoogte van 3% voor compensatie (van 30%-33% naar 33%-36%).
  • Bestaande bijstortings- en toeslagverplichtingen worden bij niet invaren gerespecteerd.

Achtergrond: de hoofdlijnennotitie

Op 22 juni verscheen de hoofdlijnennotitie met een verdere uitwerking én een aanpassing van het eerdere pensioenakkoord. Lees hier onze samenvatting van de belangrijkste onderwerpen in deze notitie.