Hoofdlijnennotitie pensioenakkoord

Het nieuwe pensioencontract

Het nieuwe pensioencontract is een premieovereenkomst mét solidariteitselementen.

geld

Opbouwfase

  • De premie wordt toegevoegd aan een voor de uitkering gereserveerd vermogen.
  • Op basis van een projectiemethode wordt bepaald welke uitkeringen in de toekomst worden verwacht (3 scenario’s).

Uitkeringsfase

  • Periodiek wordt voor de uitkering een stukje uit het vermogen onttrokken op basis van een projectierendement.
  • Financiële mee- en tegenvallers kunnen over max. 10 jaar gespreid worden toebedeeld.
  • Voor alle pensioengerechtigden kan dezelfde procentuele verhoging of verlaging worden toegepast.

 

  • De hoogte van het projectierendement bepaalt de uitkeringssnelheid. Pensioenfondsen kunnen – in overleg met sociale partners – hier een keuze bij maken. Een hoge uitkeringssnelheid houdt in een hoge aanvangsuitkering en daarna een snellere daling cq. een minder snelle stijging. Er is wel een begrenzing. Het te hanteren projectierendement voor de berekening van de uitkering is namelijk gemaximeerd.

     

Toedeling van rendement

  • Het gehele vermogen wordt collectief belegd, met één collectief beleggingsresultaat. 
  • Pensioenfondsen bepalen in afstemming met sociale partners in hoeverre deelnemersgroepen worden beschermd tegen renterisico (de rente is namelijk van invloed op het toe te passen projectierendement).
  • De toedeling van het resterende rendement geschiedt op basis van vooraf vastgelegde verdeelregels, die aansluiten bij de risicohouding van de deelnemers, en -het pensioenresultaat per leeftijdscategorie (impliciete lifecycle). Het pensioenresultaat is de optelsom van de reeds gerealiseerde pensioenopbouw en de te verwachten toekomstige pensioenopbouw en rendementen.

Solidariteitselementen

  • In het nieuwe pensioencontract is een collectieve solidariteitsreserve verplicht. Dit is een collectief (niet toebedeeld) vermogen dat wordt gevuld uit premies en/of overrendement. 
  • De reserve moet een significante bijdrage leveren aan de intergenerationele risicodeling en de stabiliteit. Het fonds maakt hier afspraken over met de sociale partners welke in het pensioenreglement worden opgenomen.
  • De solidariteitsreserve kan worden gevuld uit de premie, een deel van het overrendement, of een combinatie van beide.
  • Er kan maximaal 10% uit de premie worden ingelegd. Er kan nog een aanvullende 10% van overrendement (rendement boven het rendement dat nodig is ter bescherming tegen renterisico) aan de reserve worden toebedeeld.
  • De reserve mag niet negatief worden en mag maximaal 15% van het totale fondsvermogen bedragen.

BTW 

  • Bezien wordt of het nieuwe pensioencontract onder de BTW-vrijstelling voor collectieve beleggingsfondsen kan komen te vallen. Hiermee zou de overheid een bijdrage leveren aan het reduceren van de (transitie)kosten van de uitvoering.

Projectierendement

  • Marktrente past bij aanspraken/rechten. Omdat er niet langer (nominale) aanspraken worden toegekend, wordt er niet langer gerekend met de marktrente (RTS met UFR). Hiervoor in de plaats is het projectierendement gekomen.
  • Het projectierendement is een verwacht rendement dat wordt vastgesteld op basis van een uniforme en objectieve rekenmethodiek, zoals dit nu ook al gebeurt bij de huidige collectieve uitkeringsfase van de verbeterde premieregeling.
  • Het projectierendement heeft in het nieuwe pensioenstelsel een vierledige functie:

    -Voor communicatie van de verwachte pensioenuitkeringen in goed, normaal en slecht weer.

    -Voor de fiscale premiegrens.

    -Voor de vaststelling van de hoogte van het pensioen in de uitkeringsfase.

    -Voor de balans tussen de doelstelling en de premie.

Achtergrond: de hoofdlijnennotitie

Op 22 juni verscheen de hoofdlijnennotitie met een verdere uitwerking én een aanpassing van het eerdere pensioenakkoord. Lees hier onze samenvatting van de belangrijkste onderwerpen in deze notitie.