Niet alleen doen wat moet, maar ook wat kan

Toine van der Stee was zestien jaar lang, en met groot plezier, het gezicht van Blue Sky Group. Nu vertrekt hij om zélf te ontdekken wat het betekent: met pensioen gaan. Al blijft hij actief in de wereld die hem dierbaar is geworden. Hij heeft zo z’n ideeën over de ontwikkelingen in de sector – terug- en vooruitkijkend. En over de manier waarop pensioenfondsen daarmee moeten omgaan. ‘We moeten steeds optimaal de ruimte benutten die we krijgen. Ook in het nieuwe stelsel. Dus niet alleen doen wat er moet, maar ook wat er kan.’

directeur

Toine van der Stee

Wat zie je als de belangrijkste ontwikkelingen?

‘Ten eerste: het individu wordt steeds belangrijker, pensioen wordt persoonlijker. ‘Dat is dan ook niet voor niets een van de pijlers van de strategie van Blue Sky Group. Ten tweede: het financieel kader is steeds minder goed gaan passen bij de harde werkelijkheid. En ten derde de opmars van IT. Die drie ontwikkelingen werken op allerlei manieren op elkaar in.

Het allerbelangrijkste is natuurlijk dat deelnemers aan den lijve hebben ondervonden dat ze risico lopen. Grote aantallen hebben al tien jaar geen indexatie gehad en zijn dus achteruit geboerd. Laten we daarbij niet vergeten dat de oplopende levensverwachting zo’n twintig procent dekkingsgraad heeft gekost. Mensen leven veel langer dan waarvoor ze premie hadden ingelegd en krijgen toch keurig hun toegezegde pensioen. Dat zegt ook iets over de robuustheid van het stelsel.’

Hoe is dat ontoereikende financiële kader ontstaan?

‘De sector heeft te lang zijn kop in het zand gestoken en vastgehouden aan een gemeen driehoekje: dat je met weinig premie en een laag risico toch een mooi pensioen kon bereiken. Terwijl: als je veel wilt beloven kun je weinig garanderen. En als je veel wilt garanderen kun je weinig beloven. De toenmalige Pensioen- en Verzekeringskamer schreef daarover in 2002 al een brandbrief, waarna de hele sector op z’n achterste benen stond.’

Het resultaat was een toegenomen regeldruk

‘Dat klopt, er is ons een vrij knellend keurslijf aangemeten. Dat gebeurde nadat de pensioenfondsen eind 2008 tijdens de financiële crisis voor hulp bij de minister aanklopten en vroegen om een langere herstelperiode. Ik dacht toen meteen: nu zijn we het haasje. Want we kregen respijt, maar gaven ook het signaal af dat we onze eigen broek niet konden ophouden. En als je iets vraagt in Den Haag, dan moet je daar altijd een prijs voor betalen. Dat werd de toenemende overheidsbemoeienis, de regeldruk. Als we toen als sector niet zulke slappe knieën hadden gehad en zelf een oplossing hadden gezocht, dan was veel van het huidige gedoe ons bespaard gebleven. Het is ook zonde dat iedereen jarenlang heeft zitten wachten op dat pensioenakkoord.’

Is er dan in de tussentijd niets gebeurd?

‘Zeker wel. Je kunt blijven mopperen, en dat hebben we natuurlijk ook gedaan. Maar tegelijkertijd moet je goed blijven roeien met de riemen die je nu eenmaal hebt. Dus niet alleen kijken naar wat er niet mag, maar naar de ruimte die de bestaande kaders bieden. Niet alleen doen wat je moet, maar vooral ook wat er wél kan. Dat is steeds onze visie geweest: fondsen optimaal helpen binnen de beschikbare ruimte. De netto-regeling voor vliegers is hier een voorbeeld van. Als Blue Sky Group hebben we actief gelobbyd om ervoor te zorgen dat pensioenfondsen zo’n regeling mochten uitvoeren. En vervolgens hebben we die regeling ook snel gebouwd en ingevoerd.’

Dat past ook bij het centrale begrip in het vernieuwde stelsel: individualisering

‘In de gouden tijd van het pensioen op basis van eindloon, bij een baas waar je je hele leven werkte, hoefde je zelf helemaal niets te doen. Nu ziet de arbeidsmarkt er heel anders uit én is die absolute zekerheid verdwenen. We zitten midden in de overgang van een traditionele maatschappij die wist wat goed voor je was naar een individuele samenleving waarin het verzorgende grotendeels is weggevallen.’

Wat is dan de opdracht voor pensioenfondsen?

‘De opdracht voor pensioenfondsen is eenvoudig: ze moeten nu en straks hun regelingen goed uitvoeren, zodat pensioenafspraken kunnen worden nagekomen, en daarvoor moeten ze ook rendement blijven behalen. En daarnaast: deelnemers willen weten wat er gebeurt als ze iets overkomt, wat ze dan krijgen. Daar moeten we een helder en eerlijk antwoord op geven. We moeten zeker niet alles gaan uitleggen. Wie precies uitlegt hoe een wasmachine werkt, verkoopt niets. En daar komt bij dat negentig procent van de wasmachines een vrijwel identieke motor heeft. We zijn met al dat keurige uitleggen ook in een schijnwereld terechtgekomen. We zorgen dat alles in een UPO netjes klopt, maar je moet het óók hebben over het risico dat je helemaal niet krijgt wat er in een UPO staat.'

Je moet dus meer doen

'Ja, en daarom staat de kwaliteit en effectiviteit van deelnemerscommunicatie al jaren centraal in onze dienstverlening, voor ons vloeit dat voort uit onze zorgplicht. En ook wat dat betreft doen we dus meer dan alleen vinkjes zetten op de lijst met verplichtingen. We kijken steeds naar wat past bij de deelnemers, en wat we extra kunnen bieden. Denk aan webcare, een besloten pensioengroep op Facebook, voorlichtingsgesprekken met onze pensioenexperts en workshops om inzicht te krijgen in je pensioen. Dat gebeurt nu door corona allemaal steeds meer digitaal, bijvoorbeeld in de vorm van webinars. Ik verwacht trouwens dat dit online aanbod ook daarna zal blijven, dankzij de mogelijkheden van IT om meer service te bieden. Het is virtueel en op afstand, maar tegelijk ook persoonlijk, op de momenten die er echt toe doen voor deelnemers.’

Het gaat steeds over keuzes maken. Maar er valt toch niet zo veel te kiezen?

‘De omvang van individuele keuzes binnen collectieve regelingen moet je inderdaad niet overdrijven. En als je een bescheiden pensioen hebt valt er ook verder niet zoveel te kiezen, behalve langer doorwerken, dat heeft echt effect. Maar juist die jongere deelnemers moeten vanuit hun individuele verantwoordelijkheid iets extra’s doen voor hun pensioen. En ik vind dat het bij de zorgplicht van pensioenfondsen past om ze daarbij te helpen.

En afhankelijk van de vraag hoever de individualisering in het pensioenstelsel wordt doorgezet, kun je op een gegeven moment als individuele deelnemer wellicht de gelegenheid krijgen om je boeltje op te pakken en naar een andere aanbieder te gaan. Dus dan moet je ze iets te bieden hebben. En dat heeft te maken met keuzes die een fonds maakt als het gaat om kosten, gemak, service en toegankelijkheid. Zoals zorgverzekeraars dat ook doen, terwijl ze toch allemaal beginnen met dezelfde basisverzekering.’

Zit er ook een element van paternalisme in?

'Jazeker, in de positieve betekenis van het woord, omdat je het gewoon goed wilt regelen voor mensen die niet alles kunnen overzien en daardoor risico’s lopen. Er is niks mis mee als professionals die verantwoordelijkheid voelen.’

Hoe zal de markt voor pensioenfondsen zich ontwikkelen?

‘Deelnemers worden klanten. Je wilt dat de mensen naar jouw winkel komen – tegenwoordig dankzij IT vooral een webwinkel -  dat ze tevreden de deur uit gaan en dat ze nog eens terugkomen. En een klant moet wat te kiezen hebben, maar daarvoor heb je niet meteen een enorm aantal pensioenfondsen nodig. Twintig jaar geleden hadden we nog meer dan duizend pensioenfondsen. Elk zichzelf respecterend bedrijf of bedrijfstak had meerdere fondsen, bijvoorbeeld voor hoger personeel en voor de arbeiders. En ieder van die fondsen had z’n eigen specifieke pensioenregeling.  Maar we zien volgens mij al een tijdje een trend die leidt van een grote hoeveelheid fondsen die ’one size fits all’ bieden, via minder fondsen die meer keuzemogelijkheden bieden, naar nog minder fondsen die grotere groepen deelnemers op een efficiënte manier veel meer maatwerk kunnen bieden. Dus massa-individualisering, of mass customization.’

Wat is bij die massa-individualisering het belang van IT?

‘Die is onmisbaar. Alleen dan kun je maatwerk bieden, en kun je het laagdrempelig en eenvoudig maken. Bijvoorbeeld in organisaties met veel en wisselende parttime dienstverbanden en om adequaat in te kunnen spelen op life events die allemaal implicaties hebben voor je pensioen. Het slim inzetten van IT is dan de enige manier om dat kostbare maatwerk betaalbaar te maken, en dat komt uiteindelijk weer aan het pensioen ten goede. Het is dus echt niet meer nodig om voor iedere doelgroep een eigen pensioenfonds op te richten. Hoe makkelijker je iets kunt regelen, hoe sneller je bereid bent om het ook echt te doen. De manier waarop wij IT benutten om service en maatwerk te bieden was voor het Philips Pensioenfonds een doorslaggevend argument om voor Blue Sky Group te kiezen.’

Maar het is toch niet alléén maar digitaal?

‘Als je het heel efficiënt organiseert, kun je op belangrijke momenten ook méér bieden. Bij een aantal fondsen bieden we na overlijden van een deelnemer aan om bij de nabestaanden op bezoek te gaan. Dat is erg kostbaar, maar wordt door die nabestaanden hoog gewaardeerd. Die menselijke maat is ons, en onze klanten, dierbaar. Ook dat is een keuze die je als ‘winkel’ maakt. Ik ben heel gelukkig met wat we hebben opgebouwd, we zijn goed voorgesorteerd voor de komende spannende periode. Pensioenfondsen én uitvoerders staan voor nieuwe uitdagingen en krijgen nieuwe kansen. Ik weet zeker dat het team van Blue Sky Group de skills heeft om die toekomst met vertrouwen tegemoet te gaan. Dat kunnen ze héél goed zonder mij.’

Foto: Katja Mali fotografie